Kreabo

Historie

Kreabo vzw werd in 1977 door een kleine groep enthousiastelingen opgericht. Ninotchka was het eerste stuk dat gespeeld werd. De ambities waren beperkt: hun best doen en vooral niet belachelijk overkomen. Het werd een succes. Ze speelden in oktober in de huidige turnzaal van de basisschool, toen ook nog parochiezaal, waarin een honderdtal toeschouwers konden zitten. De zaal was drie keer vol. Tot hun eigen verbazing stimuleerden een aantal toeschouwers hen om het stuk ook in het cultuurcentrum van Heusden-Zolder te spelen. Dat was andere koffie: een podium waarop ze in de ruimte verzopen en een decor dat helemaal niet aan die ruimte was aangepast. Maar ze leerden snel. Het tweede jaar werd weer in de parochiezaal en in het cultuurcentrum gespeeld. In de parochiezaal was de belangstelling minder, maar het cultuurcentrum was zo eivol dat er stoelen dienden bijgeplaatst te worden. Dit hebben ze later nooit meer meegemaakt. Waarschijnlijk was na twee voorstellingen voor het publiek het nieuwe eraf en begon de tijd dat Kreabo vzw zich diende te bewijzen.

Ze hadden het cultuurcentrum verkend en raakten onder de indruk van de mogelijkheden. Stemmen gingen op voortaan nog enkel in het cultuurcentrum te spelen. Maar vooral pastoor Reners, die Kreabo vzw ook zo een beetje als zijn gezelschap beschouwde omdat hij mee aan de basis van de start lag, wilde dat ze in zijn parochie bleven spelen. Hij trakteerde de leden van zijn zangkoor en een aantal andere parochiemedewerkers op een voorstelling van Kreabo vzw in de parochiezaal. Er werd toen ook altijd een gratis extravoorstelling voor zieken en bejaarden voorzien, waarbij ziekenzorg koffie en taart uitdeelde. Toch werd snel duidelijk dat de meeste toeschouwers het comfort van het cultuurcentrum verkozen boven de 'primitievere' omstandigheden van een parochiezaal. Bovendien was toneel spelen in de parochiezaal niet zo vanzelfsprekend. Er was echt niets voorhanden: geen podium, geen gordijn, geen technische voorzieningen. Het was iedere keer weer zwoegen en zweten voor slechts enkele mensen die de voorstelling nog in de parochiezaal wilden volgen. Toen ook bejaarden en zieken begonnen te morren dat ze een voorstelling op zondagnamiddag niet zo graag hadden omdat dan kinderen en kleinkinderen op bezoek kwamen, hielden ze het bij Kreabo vzw voor bekeken. Ze trokken resoluut naar het cultuurcentrum en zouden voorlopig in de parochiezaal niet terugkeren. Toch hebben ze uit de daaropvolgende periode heel veel geleerd. Het meest in het oog springend was wel de opvatting i.v.m. decor. In een cultuurcentrum kun je namelijk niet kamperen. In de regel gaat het daar zo: je komt 's morgens toe, je hebt 's avonds je voorstelling en na de voorstelling moet alles weer weg. Omdat ze niet over een uitgebreide decorploeg beschikken, moesten ze wel nadenken over hoe ze het decorwerk en de daaraan verbonden verhuis konden beperken en toch effici ënt maken. Wanden verdwenen en op het podium kwam enkel nog het strikt noodzakelijke. Dit leverde hun het stigma op van 'groep zonder decor'. Zij wisten echter wel beter. Precies in het beperken tot het hoogst noodzakelijke ligt veel denkwerk en creativiteit. Ze leerden spelen met licht en gebruik maken van moderne media. Ze zijn blij dat ze die weg zijn ingeslagen en houden zich er nog altijd aan.

Op een bepaald moment kwam in de parochie de oude kerk vrij. Vele jaren waren daar bedrijven gehuisvest, maar toen de ruimte niet meer aangepast bleek aan de moderne eisen van een werkplaats, wilde de kerkfabriek die ruimte verhuren. Een klein toneelgezelschap als Kreabo vzw had noch de nodige mensen noch de nodige financi ën om op dit aanbod in te gaan. Bovendien moest de binnenruimte behoorlijk gerenoveerd worden om als toneelzaal te kunnen dienen. De toen al enkele jaren bestaande petanqueclub had de mogelijkheden wel. Zij hebben gedurende maanden heel hard gewerkt om de hal aan hun wensen aan te passen. Contact met verantwoordelijken van de petanqueclub liet ze bij Kreabo vzw hopen dat ze terug in de eigen parochie konden spelen. De oude kerk had inderdaad een tijd als parochiezaal gediend. Er was zelfs een echt podium. Met veel goede moed trokken ze ernaar toe, gewapend met kamerbreed tapijt van het autosalon om op de petanquebanen te leggen, maar ze zouden er vlug weer weg zijn. De belangen van een toneelgezelschap leken niet te verenigen met die van een petanqueclub. Begrijpelijk. Bovendien palmden ze die mensen hun kantine, die op het podium gevestigd was, gedurende een veertiental dagen in. Kreabo vzw begreep dat ze best weggingen. Ze zaten in de diepste put waarin ze ooit gezeten hebben. Er gingen zelfs stemmen op met alles te stoppen. En toch hebben ze doorgezet.

Met de thriller 'Plotseling thuis' van de Engelse auteur Francis Durbridge trokken ze naar het cultuurcentrum. Ze programmeerden één voorstelling en hoopten dat ze voldoende volk zouden aanspreken om alles betaald te krijgen. Enkel in het cultuurcentrum spelen betekende immers ook dat ze geen uitbating van een café konden doen, en daaruit hadden ze in het verleden hun overleven gepuurd. Het werd een schitterende voorstelling en de belangstelling viel mee. Vooral omdat ze ook gevraagd werden elders tegen een interessante vergoeding te spelen. Toch voelden ze aan dat ze meer moesten doen. En dan kwam het moment dat ze, herinner je hun startperiode, hun identiteit zouden vinden. Ze trokken resoluut de kaart van wat ze met een groot woord 'thematheater' zijn gaan noemen. Het begon met 'De heks van Mechelen', productie waarmee ze de schijnheiligheid van de kerk in de Middeleeuwen aan de kaak stelden. Met 'Getto' van Sobol kende Kreabo vzw een absoluut hoogtepunt. Ze speelden drie keer voor een behoorlijk gevulde schouwburg in het cultuurcentrum en speelden ook nog eens op verplaatsing voor een gevuld centrum. Ook de productie 'Mevrouw Pilatus' kende een uitzonderlijk grote belangstelling en onder impuls van de ondertussen nieuw aangestelde pastoor Hellings werd van dit 'passiespel' een voorstelling in de kerk van Boekt gegeven. Vanaf dat moment brachten ze twee producties per seizoen: een thematoneel en een stuk met iets meer aandacht voor entertainment, maar toch nog altijd met een inhoudelijke boodschap. Enkele mijlpalen in thematheater waren verder 'Angst eet de ziel' van Rainer Werner Fassbinder, 'Transit Vlaanderen' een stuk over en met asielzoekers waarmee ze zelfs in het VCA in Brussel optraden en in CC De Warade in Turnhout, 'King Kongs dochters' van Theresa Walzer, stuk dat sterk gecontesteerd werd, maar waar ze bij Kreabo vzw nog altijd achter staan, 'Kroniek van een kleinburgerlijk leven' een bewerking van 'Verhalen uit het Weense woud', 'Oud papier' van Stany Crets.

Stilaan werden ze zich ervan bewust dat toneel spelen een erg moeilijke zaak is. Ze hadden samen al een hele weg afgelegd, maar nu meenden ze dat het tijd werd andere krachten binnen de groep te laten werken. Ze dachten hierbij uitsluitend aan professionele krachten. Meteen stootten ze al op een serieuze hindernis: het financi ële plaatje. Gelukkig was er ondertussen de overkoepelende organisatie Opendoek gekomen en als lid van deze organisatie konden ze van een aantal voordelen genieten. Daar waren in de eerste plaats een aantal gratis uren begeleiding door professionele regisseurs en/of acteurs. Verder waren er de vele cursussen die binnen de schoot van die organisatie aan goedkope deelnameprijzen worden aangeboden. In een eerste fase stuurden ze leden van de groep naar cursussen: acteren, stembeheersing, lichaamsexpressie. Op enkele uitzonderingen na volgde elk lid minstens één cursus. Tijdens het seizoen 2005 - 2006 deden ze opnieuw een beroep op een professionele begeleider, maar ze gebruikten het toneel waaraan gewerkt werd ook als materiaal voor een cursus fysiek spel van 40 uur. Dat was zo bij de productie 'Popcorn' van Ben Elton en 'Er valt een traan op de tompoes' van Annie M.G.Schmidt. Het werken op die manier viel zeer goed mee en leidde tot een opmerkelijk resultaat. De groep mocht zijn voorstelling 'Popcorn' aan heel Limburg presenteren in het cultuurcentrum van Maasmechelen. Daar zijn ze best wel een beetje fier op. Dit alles heeft ertoe geleid dat ze nog even op de ingeslagen weg willen verder gaan. Ook voor het seizoen 2006 - 2007 werkten ze met ruime professionele begeleiding aan twee algemene producties. Met 'De miraculeuze comeback van M.L.Loman' van Vleugel -Vorstenbosch presenteerden ze zich in het Provinciaal Toneeltornooi in de afdeling Zilveren Doek. Ze hoopten met deze productie geselecteerd te worden voor deelname aan Het Gouden Doek, wat ze ook is gelukt. Verder presenteerden ze tijdens dat seizoen het stuk 'De Ronde van Vlaanderen' van Walter Vandebroek in een speciale vormgeving. Nog tijdens dat seizoen werd Kreabo uitgenodigd deel te nemen aan het evenement 'erfgoed'. Het werd een schitterende ervaring en voor wat ze brachten, kregen ze veel lof. Met 'Adel Blank' van Alex van Warmerdam presenteerde Kreabo zich in het Provinciaal Toneeltornooi, reeks Het Gouden Doek. Op 6 juni volgde in het Dommelhof te Neerpelt de proclamatie van het Provinciaal Toneeltornooi, reeks Het Gouden Doek. Na selectie via het Zilveren Doek werden tien groepen tot dit tornooi toegelaten. Kreabo behaalde de tweede plaats. Ook actrice Reinhilde Bielen viel in de prijzen. Haar prestatie als Adel Blank leverde haar de titel van tweede beste actrice van het tornooi op. Proficiat daarvoor.